door Liesbeth Koenen ©
05-06-2006
Peptalks.nl
(rubriek: Deze week)

Deze week

Rookmagie

Nicotineverslaving is een hersenziekte, en rokers zijn psychiatrische patiënten. Hun brein is bovendien permanent veranderd.

Toe maar.

De overigens niet bijster sterke VPRO-avond over roken, was de tweede gelegenheid in een paar dagen waarbij ik hoofdschuddend zat te denken: als dit allemaal waar is, kan het bijna niet waar zijn dat ik ermee opgehouden ben.

En dat ben ik wel degelijk. Afgelopen januari om precies te zijn, van de ene dag op de andere, en zonder pleisters, pillen of kauwgom.

Over wat er moeilijk en makkelijk aan was en is, heb ik me sindsdien veel lopen verbazen, maar ik functioneer intussen al met al volgens mij behoorlijk normaal.

Hoe kan dat als mijn genotssignalensysteem helemaal omgegooid is en de contactpunten tussen mijn hersencellen zich afwijkend hebben ontwikkeld? Want dat dat zo is, staat wel vast volgens neurobioloog Huib Mansvelder, die ik toevallig vorige week interviewde voor Akademie Nieuws. Al helemaal omdat ik als puber begonnen ben met roken. Hij denkt dat mijn hersens in elk geval latent eeuwig verslaafd blijven.

Mhm. De wetenschap heeft tegenwoordig wel een heel weinig bemoedigende boodschap voor de verstokte roker die graag wil stoppen.

Vroeger was het gewoon aangeleerd gedrag dat je dus weer kon afleren, werd ook nog gememoreerd bij het gespeelde proces tegen de tabaksindustrie dat de VPRO met echte advocaten en getuige-deskundigen opgezet had. Maar de ondervraagde psychofarmacoloog liet de slinger nu helemaal doorslaan naar onomkeerbare fysieke afwijkingen.

Dus, denk je dan al snel, het zal er wel tussenin zitten. Zelf merk ik dat ontwennen vooral een kwestie van wennen is. De eerste weken zonder sigaretten moet je er domweg ontzettend vaak aan denken. Al die keren dat je anders opstak. Je hebt het dan even geweldig druk met niet-roken.

Maar dat neemt vanzelf gestaag af. Zelfs na meer dan drie decennia bijzonder fiks roken, bleken drie maanden voor mij al voldoende om te vergeten er bij mijn bezoek op aan te dringen toch vooral lekker op te steken. Omdat ik er zelf helemaal niet aan dacht. Mensen zien roken doet me merkwaardig weinig, en ik sta gek genoeg ook nogal neutraal tegenover hoe het ruikt. ‘Oh ja’, denk ik wandelend langs gebouwingangen, rookpalen en in kroegen en restaurants.

Soms heb ik wel heimwee – daar lijkt het op. Op onverwachte momenten. Of als ik iets voor het eerst zonder roken doe. Ook een kwestie van wennen dus. En verbodsbepalingen wekken in mij nog steeds prompt een rookverlangen, maar inmiddels is niet roken een stuk gemakkelijker dan niet te veel eten.

Er is in mijn hersenen dus absoluut al van alles veranderd. Ik vertel mezelf dat ik aldoor nieuwe verbindingen aan het aanleggen ben tussen mijn hersencellen, en dat ouwe vanzelf verzwakt raken omdat ze niet meer gebruikt worden.

Ik denk dat dat in elk geval waar is, ook al zal er nog wel meer spelen. Intrigerend, en hoopgevend vind ik dat ik dat allemaal in gang gezet heb door het lezen van één boekje. Een puur cognitieve vaardigheid, waar je je hersenschors voor gebruikt, niet je genotscentra.
Jan Geurtz maakte mij met zijn De Opluchting wijs dat ik kon besluiten gewoon uit mijn verslaving te stappen. Lettertjes die zomaar mijn hersenzieke cellen bereikten en ingrepen – Geurtz is de rookmagiër van deze eeuw.