Wat ik hartstochtelijk geloof

Op de stoep bij m’n eerste kamer in Amsterdam, voor de Paroolrubriek ‘De wooncarrière van…’. Foto en copyright: Amaury Miller

Dat ons taalvermogen veel knapper in elkaar zit dan we in het dagelijks leven merken.

Dat de kennis die je van je moedertaal hebt fenomenaal is én een fabelachtig mooi bezit.

Dat het belang en de invloed van wetenschap op ongeveer alles groter is dan we overzien.

Dat iedereen graag meer snapt van de wereld, en dus over wetenschap wil horen, maar dat niemand zin heeft in huiswerk.

Dat je over alle vormen van wetenschap aantrekkelijk en niet-uitleggerig kunt vertellen.

Dat wetenschappelijk onderzoek alleen zal overleven als onderzoekers leren hun werk met buitenstaanderogen te bekijken.

Dat taalkunde een schoolvak zou moeten zijn. En wel hierom.

Dat iedereen beter kan leren schrijven (wat iets anders is dan goed).

Dat iets goeds maken tijd kost, altijd meer dan je denkt.

Dat jezelf of je organisatie bestempelen tot ‘excellent’ en ‘top’ of een andere variant op ‘fantastisch’ misschien even werkt als intimidatiemiddel, maar zich tegen je zal keren.