door Liesbeth Koenen ©
08-08-2015
de Telegraaf
(rubriek: Taal!)

Taal!

Nepnichtje

Dat wordt weer uren en uren Monopoly, advertentiespel en ganzenbord. Mijn neef komt logeren. Vakantietraditie. Nou heb ik, als ik goed tel, nóg vijftien neven, maar deze ene is speciaal.

Want voor maar een neef ben ik tante, van alle andere ben ik een nicht. En al sinds mijn broer zijn zoon kreeg, spijt het me dat wij het in het Nederlands met een woord moeten doen voor twee toch echt heel verschillende familierelaties. 

Of twee? De partjes waarin talen familie opdelen verschillen nogal. Zeker, in het Engels bijvoorbeeld hebben ze cousins (de kinderen van je ooms en tantes, gek genoeg hetzelfde woord voor meisjes en jongens) en daarnaast nephews. Dat zijn de zoons van je brusjes, zoals broertjes en zusjes in de welzijnswereld schijnen te worden genoemd. Maar normaal Nederlands wordt het maar niet. Terwijl het Engels wel gewoon siblings heeft, en het Duits Geschwister.

Maar het kan nog verfijnder. In India spreken ze veel Hindi, en daarin is de zoon van je broer een andere neef dan de zoon van je zus. (Mocht het u boeien: bhatījā en bhān̄jā.) Aangetrouwd of niet maakt in veel talen ook uit in de benaming.

Dat kan handig zijn. Want bij het praten over familieverhoudingen loopt je geheugen verschrikkelijk snel vol en over. Ik merk het elke keer als ik enthousiast wil vertellen over mijn bijna-nichtje, of mijn nepnichtje. Dat zit zo. Zij en ik zijn geen familie, maar we delen wel familie ontdekten we ooit bij puur toeval, pratend op een feestje. Want, en hier wordt het, weet ik intussen, echt  lastig:  mijn moeders zusje trouwde met haar moeders broer. Ja, rekent u maar even. Ze kregen negen kinderen. Dat zijn negen neven en nichten. Van zowel mijn nepnichtje als van mij.  

Het luistert nauw met familiewoorden. Laatst noteerde ik deze kop: ‘Hoe één foto de wereld veranderde voor dit meisje en haar gezin.’ Haar gezin? Had dat kind een kind dan?

Zo ontdekte ik tot m’n verbazing dat je als kind geen gezin kunt hebben. Je komt uit een gezin. Moet het zien te redden in het gezin. Maar dat gezin is van je ouders.