door Liesbeth Koenen ©
30-05-2015
de Telegraaf
(rubriek: Taal!)

Taal!

Bijster gek

‘Nou, je scheldcannonade heeft gewerkt,’ schreef een vriend. Hij zat al veel te lang op een ziekenhuisuitslag te wachten, en daarover had ik me in ferme bewoordingen uitgelaten. Vlak daarop kwam er dan toch nieuws van z’n arts, en nog goed ook. Dus schreef ik meteen terug: ‘Wat heerlijk! Ik doe hier even een juichcannonade.’ Gevolgd door hoera’s in hoofdletters en ander vrolijk geschut.

Maar terwijl ik het optikte vroeg ik me al af: waarom is dat eigenlijk raar, juichcannonade? Of beter: wat voor soort raar is het?

Is het soms net zoiets als ‘Ik hoef nog een boterham’ en ‘Ze krijgen de broodjes hier wel aangesleept’ en ‘Dat is zuivere koffie’ en ‘Het was daar pluis’ en ‘Joris wond er doekjes om’ en ‘Ze kon haar ogen geloven’ en ‘Het moet beslist gekker worden’ en…?  Anders gezegd: zit mijn juichcannonade in de hoek van al die wonderlijke woorden en uitdrukkingen die je niet zomaar positief kunt gebruiken?

Daar zijn er ontzettend veel van. Nadat ik er voor het eerst van gehoord had, zag en hoorde ik ze voortaan overal. Goed snik, voor de poes. Kunnen uitstaan, kunnen harden. Bal, moer, snars, zier, greintje. Ze hebben allemaal een ‘niet’ nodig, of een ‘nooit’, een ‘geen’. Soms is een ‘zelden’ (zelden zo zout gegeten) erbij ook genoeg, of is het met bijvoorbeeld ‘ook maar een’ ineens wel oké: ‘Alsof het je ook maar een moer/snars/bal/zier uitmaakt!’

Maar zomaar los mag niet. En andersom bestaat ook: dingen waar juist niets negatiefs bij mag. Van ‘Het krioelde er niet van de mensen’ gaan je wenkbrauwen omhoog.

Voor zover ze weten hebben alle talen dit. En elke dreumes van twee snapt het al. Nou ja, die kent nog niet al die woorden natuurlijk, maar die vindt ‘Hoef jij een boterham?’ al gek.

Het is nogal een komen en gaan ook met die uitdrukkingen, schijnt. Nog vrij jong, maar wel superpopulair is bijvoorbeeld dat ‘Het moet niet gekker worden’. En andere verschuiven doodgemoedereerd van positief naar negatief. Zo was ‘ze is bijster slim’ in de negentiende eeuw nog heel normaal. Daar kunnen wij maar moeilijk meer chocola van maken.